Grensverkenning

I

De oude stad waaiert uit in wijken,
almaar verder almaar breder
loopt over in de Grote Heide.
Landschap met een last dat het
onheilbrengend oorlogsvliegveld
met bloeiende brem verbloemt.

Aan de grens schreeuwt een
Mahnmal om stille aandacht
voor wie hier stierf.

Stierf voor wat?
Ja, voor wat eigenlijk?

II

Mensen trokken lijnen. Grenzen. Tot hier en 
niet verder. Het land afgepaald, ons domein. Wie 
ongevraagd passeerde, was ongewenst.

Een vijand.

Grenzen werden overschreden. Om opnieuw 
getrokken te worden. Een stuk verderop.
Daarom stierven mensen hier.

Maar toch. 
Grenzen vervagen. Verdwijnen. 
Uit de herinnering zelfs.

III

Een buitentrap roest weg. Denkmal met een 
gebarricadeerde toegangsdeur. 
Explosionsgefährdeter Bereich waarschuwt
een bord. Vuur en vonken verboden.
Camera’s zien toe op wat beweegt
in het godvergeten grensland.

Wat beweegt iemand hier te zijn?