Domani Literair

Hij vraagt om stilte
’t Paeterke voor Domani
stilte die bezielt
De stilte van de kamer
in het hospice met het raam
open naar de tuin waar
een merel zingt in de laatste lente
Stilte verdicht tot tastbaar onder
deze gewelven waar lange jaren
het Woord werd gepredikt
dat geen tegenspraak of humor duldde
waar vanavond het boek wordt gevierd
met feestslingers van woorden

Feest

’t Paeterke tuit zijn gulzige lippen
veegt het schuim weg van het bier
waaraan hij zijn naam gaf
spitst zijn oren

Fees

Wao blief de Naate Raaf dan
de processie van heilige Hossius
zonder Pink
de maskes die danse
hosse zinge kösse
noeits noeits waar
unne winternach zoeë werm en zaach
as toen


hald mich ens vas
en laot mich vannach
neet allein heej in de keld achter
ik bin alles