Rosarium

Een jongen test de dikte van het ijs
op de vijver. Straks held van het
schoolplein of held op natte sokken.
In de zomeravond hunkeren lippen naar 
een kus. De rook van wiet kringelt
omhoog. Een lachkick schettert in de rozenhof
tussen stijlvolle huizen.

Ter plekke de tijd teruggespoeld.

Piottewei

Stapvoets waadt het paard door borsthoog
water. Piotte liere kielpe. Van deep nao ondeep.
Van bollig nao bravour. Soldatenleven in naargeestige
kazernes. Totdat op schölkskesaovend de stad wordt veroverd

…harten gestolen.

…huwelijken gesloten.

…huzarenkinderen geboren.

Na een eeuw verstomt het gebries en gehinnik.
De trompet die reveille blaast. De stilte ontstelt de stad. 
Herinneringen stollen. Een verbogen straatnaambordje
Huzarenplaats. Parkeergarage Arsenaal. Rafelige filmbeelden
in zwart-wit. Kaarten ooit naar geliefden gestuurd.
Een ragfijn naaldje dat uit vinyl het Huzareleed ophaalt.

En het kunstbehang d’n Huzaar.

Span herres. Op een rol van tien meter komen
ze weer naar hier gegaloppeerd. Met tientallen.
In oogstrelend gala-uniform. Eindelijk, eindelijk thuis

…huzare ware.

…huzare zien.

…huzare blieve.

In Venlo stad met huzaren-genen en O-benen.