
Leef
Opgegroeid in Tegelen, maar uitgevlogen naar Amsterdam, Essen, Rome en Rotterdam. Voor haar danscarrière moest ze wel weg. Toch kwam ze, net als in het bekende liedje, weer ‘truuk, truuk, truuk nao Venlo’. In gesprek met Irene Kiefte (26), danser, dansdocent én Mattheus in de Passiespelen die tot en met 30 augustus 2026 te bewonderen is in Tegelen.
“Ik heb een hele fijne jeugd gehad, vooral lekker buiten gespeeld met vriendjes uit de buurt en als familie waren we betrokken bij de vastelaovend. Mijn ouders en hun vriendengroep bouwden samen jaarlijks een carnavalswagen en wij hielpen enthousiast mee. Mijn moeder gaf les aan de lokale dansmarietjes, dus dans was al van jongs af aan in mijn leven. Toen ik vijf jaar was, ben ik zelf begonnen met dansen.”
Al snel bleek dat het meer was dan een hobby voor Irene. Ze werd gescout en via de vooropleiding van ArtEZ op het Valuascollege, waar ze inmiddels ook lesgeeft, rolde Irene het dansvak in. “Ik was er toen nog niet zo bewust mee bezig dat dit mijn toekomst zou worden, maar je ontwikkelt wel een bepaalde discipline. Je bent ergens goed in en je blijft doorgaan, het voelde vanzelfsprekend en ik vond het ook heel leuk om te doen.”
Na haar middelbare school vertrok ze naar Amsterdam voor een tussenjaar en later naar Essen voor een opleiding aan de gerenommeerde Folkwang Universität der Künste. Tijdens haar stage woonde ze een tijdje in Rome. “Dat was echt een heerlijke tijd. Ik moest uiteraard veel doen voor mijn stage, maar de stad zelf ademde vrijheid. Onderweg naar school liep ik dagelijks langs het Colosseum en tijdens buitenlessen keek ik uit over de stad. Magisch! Het gaf me het gevoel alsof ik er kon doen waar ik zin in had.”
Die jaren buiten Venlo brachten haar veel. “Zelfstandigheid vooral. Ik kan goed alleen zijn, dingen zelf regelen. Ik heb ook een bepaalde rust gevonden. Ik heb op jonge leeftijd al veel dingen gezien, gedaan, meegemaakt en daardoor kan ik nu denken: het is goed zo, ik hoef niet meer zo nodig van alles. Ook ben ik door mijn ervaringen dankbaar voor wat ik allemaal heb.” Na haar studie danste ze bij Scapino Ballet Rotterdam, een van de bekendste dansgezelschappen van Nederland. “Dat was echt fantastisch. Alles is daar zo professioneel geregeld. Je maakt een voorstelling, gaat op tour door het hele land en elke avond is anders.”
Toch kwam er een moment waarop alles kantelde. Niet alleen door haar carrière, maar ook door iets onverwachts. “Waar ik ook was in de wereld, ik kwam altijd terug voor Zomerparkfeest, carnaval en mijn familie. Drie jaar geleden heb ik tijdens de Vastelaovend mijn vriend leren kennen, die net als ik uit Tegelen komt. Die zag ik niet aankomen, en ook mijn familie en vrienden hadden totaal niet verwacht dat ik met een Tegelse zou thuiskomen!”
Wat spontaan begon, groeide uit tot iets serieus. “Met hem kon ik ineens weer mijn eigen dialect praten. Dat klinkt misschien als iets kleins, maar voor mij voelde dat echt als thuiskomen. Je deelt toch een achtergrond, een manier van leven.” Toen een jaar later haar contract bij Scapino eindigde en een vervolg onzeker werd, moest ze een keuze maken. “Ik kon proberen ergens anders aan de slag te gaan. Misschien bij een ander dansgezelschap in het buitenland. Als je jong bent, is dat een groot avontuur, maar ik had inmiddels een relatie, vriendschappen en een leven in Nederland opgebouwd. Ik moest dat dan allemaal achterlaten. Dat was het me niet waard, om alles op te geven en helemaal alleen opnieuw te beginnen.”

Ze keerde terug naar Venlo en begon opnieuw. Eerst met losse opdrachten voor dansprojecten, fotografen en theaters, daarna als dansdocent. Inmiddels geeft ze les in Venlo, Venray en Maastricht. “Vroeger had ik nooit gedacht dat ik zou gaan lesgeven, maar ik vind het echt heel leuk. Zien hoe mensen groeien, of hoe ze iets durven wat ze eerst niet durfden, dat geeft zoveel voldoening.”
Naast haar werk als dansdocent werkt ze op een landgoed, waar ze zich bezighoudt met onder andere marketing en gastvrijheid. “Die afwisseling vind ik juist fijn. Niet elke dag hetzelfde, daardoor blijven beide leuk!”

Voor Irene is dans altijd al van bijzondere betekenis geweest, en dat is het ook gebleven toen ze er haar beroep van maakte. “Dans zit voor mij in alles wat ik zie, voel, doe en ervaar. Het is niet iets wat je om vijf uur afsluit, zoals een kantoorbaan. Het is een deel van mij. Ik druk mezelf ermee uit, leer mijn lichaam erdoor kennen en groei erdoor als persoon. Het is niet iets wat ik doe, het is wie ik ben.” Die passie probeert ze nu door te geven. Aan kinderen, tieners en volwassenen. “Je ziet mensen echt veranderen. Zeker bij jongeren: die kijken tegen je op, willen leren. Dat is echt mooi, om diezelfde passie bij anderen aan te kunnen wakkeren.”
Irene wilde eigenlijk nooit weg uit Venlo, maar het hoorde nu eenmaal bij haar beroepskeuze. “Ik wist dat, als ik door zou gaan met dansen, ik op een gegeven moment uit Venlo moest vertrekken. Dat hoorde er gewoon bij, zo zag ik het.” Na jaren weer terug zijn in Venlo voelde voor Irene echter meteen weer vertrouwd. “Je hoeft hier niet opnieuw je plek te vinden. Je hébt die plek al. Mensen kennen je, je kent de omgeving. Dat maakt het makkelijker om weer iets op te bouwen. In de grote steden is het ook heel tof, maar daar ben je sneller een nummer. Hier is het ons-kent-ons-gevoel veel groter en er is meer onderlinge verbinding, heel fijn vind ik dat.”
Wat Venlo voor haar extra bijzonder maakt, zijn de tradities. Zoals de Passiespelen in Tegelen, die iedere vijf jaar worden opgevoerd en waar Irene al voor het eerst aan meedeed toen ze drie maanden oud was. “Dat is echt iets wat mensen hier bindt. Mijn hele familie doet al sinds jaar en dag mee, veel van mijn vrienden ook. Iedereen komt samen om iets moois te maken. De sfeer, het samen repeteren, de voorstellingen… dat is uniek.” Dit jaar staat ze er weer. “Op 17 mei beginnen de voorstellingen weer en spelen we de hele zomer lang elke zondag in Openluchttheater de Doolhof. Anderen gaan voetballen, ik ga naar de Passiespelen. Dat hoort er voor mij echt bij. Het is telkens weer een groot feest tijdens de repetities, achter de schermen en na elke voorstelling. Ik zou het voor geen goud willen missen!”
